Nieuws

Spaanse banken hebben meer kapitaal nodig

Spaanse banken hebben meer kapitaal nodig

Miguel Angel Fernandez Ordonez, bestuurslid van de Europese Centrale Bank (ECB) en gouverneur van de Spaanse centrale bank, heeft dinsdag tijdens een toespraak in Madrid gemeld dat de spaanse banken meer kapitaal nodig zullen hebben, wanneer blijkt dat de aangekondigde bezuinigingen niet het gewenste effect zullen hebben, en de spaanse economie sterker verslechtert dan verwacht in 2012.

Miguel Angel Fernandez Ordonez benadrukte tijdens zijn toespraak de noodzaak van de benodigde hervormingen om de economie van Spanje weer een stimulans te geven. Verder waarschuuwde het bestuurslid van de Europese Centrale Bank (ECB) dat in een situatie waarin de economie verder verslechtert dit een effect zal hebben op de spaanse bankensector, en gaf aan dat de verwachting is dat er meer fusies zullen plaatsvinden in de Spaanse bankensector, omdat volgens zijn zeggen de spaanse banken hard werken aan het herstellen van de effecten die de economische crisis achter laat. Het positieve nieuws dat het ECB-bestuurslid gaf is, dat er vooruitgang wordt geboekt in de herstructurering van de spaanse bankensector.

Bron: Dow Jones & Company, Inc

Fee hit as News Corp abandons BSkyB bid

Competition lawyers advising News Corp on its bid for BSkyB have taken a blow after Rupert Murdoch’s media giant pulled its bid.

Culture secretary Jeremy Hunt referred the bid to the Competition Commission on Monday after News Corp withdrew its offer to spin off Sky News.

Allen & Overy (A&O) had been advising News Corp on corporate and competition aspects of the bid, led by London corporate partner Don McGown.

Herbert Smith competition partner Elizabeth McKnight was acting for BSkyB alongside the corporate team led by global M&A head Stephen Wilkinson.

A&O and Hogan Lovells advised News Corp earlier this year on Ofcom’s investigation into the bid, securing clearance for the client (3 March 2011).

Brussels partner Francisco Enrique González-Díaz in Brussels led the Cleary Gottlieb Steen & Hamilton team acting for News Corp on attaining clearance from the European Commission, which came through at the end of last year (21 December 2011).

Materia del Reglamento de Insolvencia

El Reglamento del Consejo de la UE (CE) N º. 1346/2000, de 29 de mayo de 2000 sobre procedimientos de insolvencia, que entró en vigor el 31 de mayo de 2002, faculta al síndico designado por un tribunal de un Estado miembro de la UE para tomar y trasladar los bienes del deudor en el territorio en que estén situados. Dado que tal acto requiere el reconocimiento de la sentencia de quiebra extranjera, el juez local tendrá que ser solicitado para autorizar este procedimiento. El reconocimiento se lleva a cabo sin más trámite, ya que todo lo que hay que hacer es “transformar” la sentencia extranjera en un título ejecutivo local.
En un procedimiento reciente iniciado por Bressers Law buscando la ejecución de una serie de juicios de quiebra neerlandés, la AP de Alicante ha resuelto que el tribunal español es competente para ocuparse de estas ejecuciones extranjeras sobre insolvencias. El demandante solicitaba a la AP para pronunciarse, ya que tanto el Tribunal de 1 ª Instancia y el Juzgado de lo Mercantil había negado su competencia. Debido a la enorme carga de trabajo en los tribunales españoles, los jueces utilizan las dudas más insignificantes sobre la competencia para pasar un caso a un colega. Sin embargo, este caso efectivamente sufrido tiene algunas serias contradicciones entre la Ley de Enjuiciamiento española y el Reglamento 44/2001.
Mediante Sentencia de 10 de junio de 2009, la AP de Alicante, aclara la cuestión: el Juzgado de 1 ª Instancia (Juzgado de Primera Instancia) es el único competente.

Slachtoffers van onrechtmatige detentie in de kou.

De Spaanse Hoge Raad stond al niet bekend om zijn ruimhartige beleid ten aanzien van schadevergoeding aan personen die ten onrechte hebben vastgezeten op verdenking van een misdrijf. In een recente uitspraak heeft het hoogste Spaanse rechtscollege de mogelijkheden van financiële genoegdoening nog verder uitgekleed.

Tot nog toe kwamen mensen die achteraf ten onrechte in voorlopige hechtenis hadden gezeten in twee gevallen in aanmerking voor schadevergoeding. Ten eerste wanneer bleek dat het delict waarvan zij verdacht werden, in het geheel niet gepleegd was. Te denken valt aan vervolging van handel in cocaïne terwijl later blijkt dat het gaat om een onschuldig poeder. In de tweede plaats wanneer de onschuld van betrokkene is komen vast te staan door de veroordeling van een ander. De reguliere vrijspraak op grond van onvoldoende bewijs geeft in Spanje vreemd genoeg geen recht op schadevergoeding, ongeacht de duur van de voorlopige hechtenis, die in Spanje in totaal vier jaar kan duren.

Bij een totaal gebrek aan bewijs en zelfs wanneer de onschuld onomstotelijk volgt uit DNA-bewijs, wordt betrokkene dus heengezonden zonder recht op vergoeding van enige vorm van geleden schade. Of het nu gaat om smartengeld of vermogensschade – te denken valt aan het verlies van een baan of het failliet gaan van een eigen bedrijf -, de Spaanse staat erkent in zo´n geval geen aansprakelijkheid en de Hoge Raad acht dat standpunt dus juist.

Het slachtoffer komt in zo´n geval slechts voor schadevergoeding in aanmerking als hij bewijst dat sprake is geweest van een “zekere, klaarblijkelijke, onomstotelijke en gerechtelijke dwaling in objectieve zin”. In de praktijk blijkt dat dat bewijs vrijwel nooit te leveren is.

Alsof het allemaal nog niet onredelijk genoeg is heeft het Tribunal Supremo onlangs het recht op schadevergoeding nog verder beperkt. Alleen als komt vast te staan dat er door niemand enig misdrijf is gepleegd bestaat recht op compensatie. Dat betekent dat zelfs wanneer een ander als dader is veroordeeld, waarmee de gerechtelijke dwaling een feit is, geen recht op schadevergoeding bestaat.

Opmerkelijk is dat het Tribunal Supremo zich in zijn uitspraak zegt te baseren op jurisprudentie van het Europees Hof voor de Rechten van de Mens, waarin de Spaanse rechter nota bene werd terecht gewezen juist vanwege het feit dat deze schadevergoeding weigerde aan twee personen die wegens gebrek aan bewijs waren vrijgesproken. Dit lijkt tegenstrijdig omdat het EHRM de Spaanse rechter juist verweet onderscheid te maken tussen gevallen waarin onschuld is bewezen en anderzijds die waarin de schuld niet is bewezen. Volgens het EHRM laat men in die laatste categorie gevallen door geen schadevergoeding toe te kennen twijfel bestaan omtrent de schuld van betrokkene, terwijl die nu juist niet was vast komen te staan. De Spaanse jurisprudentie staat daarmee op gespannen voet met de onschuldpresumptie: iemand is onschuldig zolang het tegendeel niet bewezen is.

Men zou verwachten dat het Tribunal Supremo thans, op de vingers getikt door het EHRM, alsnog de gevallen waarin recht op schadevergoeding bestaat zou uitbreiden, maar het tegendeel blijkt het geval. Daartoe waarschijnlijk geïnstrueerd door de socialistische regering van Zapatero, die geen middel om te bezuinigen onbenut laat – de scheiding van machten is in Spanje een illusie – opteert het Tribunal Supremo voor een verdere beperking van het schadevergoedingsbeleid door deze nu uitsluitend nog toe te staan in zaken waarin vast staat dat het delict niet gepleegd is. Het argument is even absurd als onrechtvaardig: er kan volgens de hoogste Spaanse rechter nimmer sprake zijn van schadevergoeding wanneer de voorlopige hechtenis eindigt door vrijspraak. De Spaanse rechter neemt het onderscheid tussen de verschillende gevallen van vrijspraak inderdaad weg, maar natuurlijk niet op de wijze waarop het EHRM het oog had.

Het EHRM zal er dus wederom aan te pas moeten komen om deze schandalige Spaanse jurisprudentie te corrigeren.

The Economics of Litigation

The Economics of Litigation

After the American Civil War and the passage of the Civil War Amendments (i.e. the Thirteenth, Fourteenth, and Fifteenth Amendments), instances of discrimination and denials of individual civil rights continued to be institutional practices in the former Confederacy. Victims of these abuses faced a difficult problem: they didn’t generally have access to the assistance of an attorney for assistance. Why not? Attorneys couldn’t afford to take the cases and still feed themselves; the plaintiffs were more often than not penniless and the only legal remedy available was injunctive relief, which meant less than a hill of beans of an economic recovery following even egregious violations of civil rights.